In januari 2001 hebben we als bestemming Noord-Ierland uitgezocht, maar in het voorjaar kwamen er toch wel wat twijfels op te komen of deze bestemming wel haalbaar was. Dit had alles te maken met het uitbreken van mond- en klauwzeer. Hier in Nederland was er veel te doen over deze ziekte, maar in Engeland was het nog veel erger. Wie herinnerd zich niet de beelden van stapels geruimd vee dat op grote brandstapels lag. Deze ziekte,"foot en mouth disease" in het engels was ontstaan in Northumberland en had een grote infectiehaard in Cambria. Juist twee streken die wij van plan waren te doorkruisen op onze tocht naar Schotland en Ierland.

Veel streken zijn een tijd afgesloten geweest, vooral de landelijke wegen, dus de wegen die wij als fietser het liefst nemen.
Buiten de afgesloten wegen is er ook een morele kwestie, als fietser in zo'n agrarisch gebied ben je toch ook een potentiële overbrenger van de ziekte, en de vraag is of je dat risico wel moet nemen. En hoe reageert de plaatselijke bevolking in deze kwestie op jou als vakantiefietser. Via internet hebben wij de ontwikkelingen op dit gebied op de voet gevolgd.
Tegen de tijd dat wij op vakantie gingen was de grootste crisis echter voorbij en waren alle streken weer grotendeels vrijgegeven.
Wij zijn er dus wel heengegaan. In Engeland zelf zagen we overal bordjes bij de boerderijen dat het erf afgesloten was en in sommige streken was ook geen schaap of koe meer te zien. Hoewel dat lang niet overal het geval was.
Op de campings waren we overal meer dan welkom. Het bleek overal een moeilijk jaar voor de campinghouders omdat er veel minder toeristen van het Europese vasteland kwamen vanwege de crisis. Dit scheelde een hoop inkomsten.

Bij grensovergangen en inritten van campings en toeristische attracties lagen wel overal ontsmettingsmatten waar iedereen overheen moest rijden. Bij aankomst in Noord-Ierland werden zelfs alle voertuigen grondig schoongespoten. Gelukkig hoefden wij niet onder de tuinslang maar hoefden we alleen over de ontsmettingsmat te rijden.