Inverness
Onze eerste dag hebben we vrij rustig doorgebracht. Na de lange reis hebben we eerst een nacht lekker geslapen. Daarna zijn we Inverness ingegaan om de stad te bekijken en om een boottocht te maken op de Moray Firth. Inverness is een behoorlijk drukke plaats met enkele mooie oude gebouwen zij aan zij met allerlei nieuwbouw. Het is voor veel toeristen een uitvalsbasis naar diverse streken in Schotland.

De Moray Firth staat erom bekend dat er veel waarnemingen van dolfijnen gedaan worden en ook van andere walvisachtigen. Vanuit Inverness worden er daarom ook veel excursies georganiseerd per boot waarbij de mensen meestal wel dolfijnen te zien krijgen. Een garantie daarop kan men echter niet geven. Wij hadden dan ook de pech dat we een paar uur in een boot zaten zonder dolfijnen te zien, niet dat de bootreis vervelend was, vanaf het water hadden we een mooi uitzicht op de streek waar we de komende dagen doorheen gaan trekken op de fiets.
Voor Mathilde was het wel een kleine teleurstelling want het zien van dolfijnen was wel één van de redenen om hierheen te gaan. Gelukkig is deze vakantie nog maar net begonnen en valt er de komende weken nog genoeg te beleven.

Van Inverness naar Buckie
Onze eerste echte fietsdag in Schotland is er één die we niet snel zullen vergeten. We vertrokken deze dag wat later dan normaal omdat onze benzinebrander lekkage had gekregen en we daarvoor een nieuw onderdeel nodig hadden. Aangezien Inverness de enige grote stad in de in buurt is waar in ieder geval een buitensportwinkel is, besloten we tot openingstijd te wachten. 

We hadden van te voren ingeschat dat we zo'n 80 kilometer zouden fietsen tot een camping aan de Moray Firth. Dat werden er uiteindelijk heel wat meer zodat we pas om half acht 's avonds bij een camping aankwamen waar we konden overnachten.

We waren eerst van plan de NCN route 1 volledig te volgen, deze route gaat over heel rustige weggetjes, maar gaat wel heel slingerend door het land waarbij je zeer veel korte steile klimmetjes tegenkomt die zo kenmerkend zijn voor het britse landschap. Met een kleine aanpassing van de route konden we wat vlakker rijden over rustige B wegen. Misschien wat minder uitdagend dan de kleine landwegen, maar wel beter om een klein beetje door te kunnen fietsen en zeker zo mooi. De route volgt de kust van de Moray Firth soms dicht langs het water soms wat meer landinwaarts. Zo reden we via Nairn en Forres naar Elgin waar iets verderop een camping moest liggen. We hadden bedacht dat we de camping na 80 km zouden bereiken, we waren toen echter pas in Elgin en de camping lag toch nog zo'n 15 km verder aan de monding van de River Spey. Daar aangekomen hebben we even gezocht naar een camping maar helaas bleek deze te horen bij een hotel dat vorig jaar van eigenaar was veranderd. De nieuwe eigenaar had geen brood gezien in de camping en deze per direct gesloten en er een veel lucratievere golfbaan aangelegd. 

Dus konden wij verder fietsen naar het 20 km verderop gelegen Buckie waar even voorbij het dorpje een kleine camping ligt vlak aan zee. Hier werden we zeer vriendelijk ontvangen door de warden, die ons een mooi plekje gaf met uitzicht op zee. Vanaf onze kampeerplek hadden we een fraai uitzicht op een kleine zeehondenkolonie die hier vlak voor de kust ligt.
Deze dag hebben we een voor ons doen grote afstand van 113 km afgelegd. Mathilde, onze 12 jarige dochter, heeft dit zonder klagen gedaan, wel hebben we moeten beloven dat dit de langste afstand was die we deze reis zouden fietsen.

Van Buckie naar Turriff
Buckie is een klein vissersplaatsje aan de Moray Firth, een leuk plaatsje zoals er meer te vinden zijn hier langs de kust. Eigenlijk hadden we echter bij de monding van de River Spey willen kamperen maar helaas was de camping daar opgeheven. Toch zijn we de volgende dag terug gegaan naar dit gebied om aldaar het Moray Firth Wildlife Centre te bezoeken. Hier is allerlei informatie te vinden over de natuur in dit dynamische gebied. Er leven hier zowel bij de zee als in het stroomgebied van de Spey veel interessante planten en dieren, zo zagen we bij aankomst hier een prachtige Visarend rondvliegen. Verder leven er hier otters en voor de kust worden regelmatig dolfijnen en kleine walvisachtigen waargenomen.

Afgelopen nacht werden we ook een tijdje uit onze slaap gehouden door een vreemd gefluit  en gepiep waarvan we dachten dat het door de wind kwam, tot de warden ons de volgende ochtend vertelde dat het de zeehonden waren op het eilandje voor de kust.

De volgende dag woei het flink en viel er een constante drizzle. Gelukkig werd het later wat droger en konden we weer verder trekken. De wind was eerst pal tegen en er volgden direct veel lastige korte klimmetjes. Het uitzicht echter maakt veel goed, het is een schitterende kuststreek met indrukwekkende rotspartijen, fraaie uitzichten en mooie kustplaatsjes. 
Later zijn we meer landinwaarts gegaan naar Turriff om daar te overnachten. Er zijn daar in het binnenland niet al te veel campings en vanaf Turriff kan je makkelijk in één dag naar Aberdeen rijden. Ook in Turiff echter hadden we wat problemen met het vinden van een plek om te overnachten. Dat weekend was er een grote agrarische show in Turriff wat heel veel bezoekers trok. De camping was dan ook behoorlijk vol. Uiteindelijk was er tussen de caravans nog wel een plekje over om onze tent te plaatsen. Niet onze favoriete plek maar voor één nacht nog wel te doen. Het valt alleen erg tegen als je de vorige nacht nog op zo'n mooie rustige plek aan de kust hebt gestaan

Aberdeen
Aberdeen wordt wel de granieten stad genoemd. Veel gebouwen hebben ook een graniet-grijze kleur. Het is een grote en drukke stad maar niet echt lastig om doorheen te fietsen, wel is de overgang heel vervelend als je al zovele kilometers op rustige wegen en oude spoorbanen hebt gereden. 

De omgeving van Turriff is vrij lastig met de bekende korte steile klimmetjes, maar bij het plaatsje Maud hebben we de voormalige spoorlijn van de Fotmartine & Buchan Railway genomen. Bij het spoorwegmuseum konden we daar het fietspad nemen dat hier is aangelegd en deze loopt tot aan het plaatsje Dyce 40 km verderop even ten noorden van Aberdeen. 
Op deze voormalige railway is het prima fietsen, waarbij ook gelet is op de veiligheid van de fietser. De meeste spoorbruggen bij het kruisen van landwegen zijn verdwenen, en om te voorkomen dat fietsers zomaar de wegen op fietsen staan er hekjes om de fietser te stoppen. Tussen deze poortjes kan je met de fiets door lopen om aan de andere kant van de weg na nog een poortje veilig weer verder te fietsen. Helaas zijn de poortjes vrij smal zodat een fiets met bagage er soms niet doorheen kan.

De hekjes zijn gelukkig wel heel laag, een 30 cm, zodat de fiets er wel overheen kan worden getild. Helaas was er maar één van ons drieën instaat om de fietsen te tillen!! Ondanks dit ongemak was het wel een heel mooie route.

De weg door Aberdeen is redelijk aangegeven met blauwe NCN 1 bordjes, alleen zijn ze in de stad veel kleiner dan gebruikelijk en hangen ze niet overal even zichtbaar. Het mooiste van Aberdeen is trouwens the Old Town waar nu de universiteit gevestigd is. Je rijdt of loopt hier door stille straten met cobblestones langs oude granieten gebouwen. Ook in het drukke centrum zie je veel indrukwekkende granieten gebouwen pal naast hoge nieuwbouw. Verder is er in Aberdeen een mooie botanische tuin met groot kassencomplex. Voor liefhebbers van tuinen zeer de moeite waard.

De camping waar we hebben overnacht ligt bij Maryculter 10 km ten zuidoosten van Aberdeen. Je kan er via twee wegen komen, de eerste hebben we een drukke landweg met veel langsrazend autoverkeer genomen. Het alternatief is the Old Deeside Railway Path, weer een fietspad over een voormalige spoorlijn hoog boven de River Dee. Dit pad komt uit vlakbij de botanische tuin. Het begin van het fietspad ligt vlakbij de camping aan de andere kant van de rivier.